Zeemansgraf

 

Het ten "grave dragen" van een zeeman, die gedurende de zeereis was overleden, was een aparte ceremonie. Met ontbloot hoofd luisterde de bemanning naar de kapitein, die een stuk uit de bijbel voorlas. Wanneer het in zeildoek genaaide lijk van een zeeman, met behulp van een brede plank, overboord werd gezet, met de uitroep van de kapitein of stuurman: "Eén, twee, drie, in Godsnaam", mochten de andere bemanningsleden niet kijken wat er verder met het in zee liggende lijk gebeurde. Vaak werd n.l. het stoffelijk overschot direct door de haaien verslonden. Vandaar de bekende uitdrukking "Naar de haaien gaan". Deze haaien begeleidden de zeilschepen vaak in de tropen, omdat er altijd wel overtollig voedsel overboord werd gezet.

 

 Eén, twee, drie, .....

 

Opvallend en dramatisch was het feit dat op dezelfde dag, waarop de overlijdensakte van Hendrik bij de gemeente werd opgemaakt en het bericht bij de familie was binnengekomen, n.l. op 18 mei 1864, zijn zuster Seijke Jurjens Bleeker, op de jeugdige leeftijd van 26 jaar op Ameland overleed.

 

Omdat het journaal van de 7e reis helaas niet bewaard is gebleven, is het wellicht interessant om enigszins een vergelijking te maken met de werkelijke toestand aan boord van een gelijksoortig geval bij het overlijden van een bemanningslid van de "Henriëtta", kort daarna.

Het onderstaande is deels geciteerd uit het journaal van 1867, de 10e reis van de "Henriëtta" en wederom naar Nederlands Oost-Indië, betreffende het overlijden van de matroos Jan Dekker. Op 8 juni 1867 was deze op het anker gevallen en had een rib gebroken. Op 27 juli werd hij ziek gemeld en op 15 augustus ging zijn gezondheid snel achteruit. Men meldde in het journaal op 29 augustus dat hij zeer ziek was. Hij overleed tenslotte, gedurende deze reis van de "Henriëtta", op 31 augustus 1867 aan boord van dit schip, in het zicht van de haven van Padang.

In het journaal van die dag werd vermeld:

"ten 4u15' overleed J.Dekker, toonde direct ontbinding, bragten het lijk op dek, naaiden hetzelve in een hangmat, waren genoodzaakt het lijk, om besmetting te voorkomen, hetzelve over boord te zetten, hetwelke ten 8u volgens zeemans usance geschiede".

 

In een brief, die de kapitein J.R.Brouwer op 1 september 1867 vanuit Padang schreef aan zijn Patroon van de firma Jeremias Meyjes & Zoonen te Amsterdam, vermeldde hij bovendien de aard van de ziekte waaraan Jan Dekker was gestorven, n.l. "welke lijdende was aan het water".

Zie voor details mijn website: www.journaalhenrietta.webklik.nl